Ik had bij veel opdrachten en zelfs soms bij cursussen dat ik me afvroeg: wat willen ze nu precies, of wat bedoelen ze nu precies. Maar ja, dat kan ook aan mij liggen.

Als docent moet je in staat zijn om wat voor jou vanzelfsprekend is, te zien als iets dat het voor studenten niet is. De kennis, die jij je in de loop der jaren hebt eigen gemaakt, is nieuw voor studenten. Het is vaak lastig om je voor te stellen hoe het is om niet over die kennis te beschikken. Wanneer je je kennis hebt eigen gemaakt, lijkt het allemaal zo simpel. Je bent geneigd de lange weg te vergeten die je zelf bewandeld hebt om je die kennis zo eigen te maken.
Daarom helpt het om ook over educatieve kennis te beschikken. Je weet dan dat je bij studenten kunt beginnen met iets dat ze al weten, en dan te laten zien hoe wat ze nu nieuw gaan leren daarbij aansluit. Dan weet je dat herhalen helpt, en dat het nodig is dat studenten zelf oefenen met de nieuwe stof, en zelf bedenken hoe het aansluit bij wat ze al weten of wat ze in hun omgeving zien.
Wat vaak vergeten wordt, is dat er meer is dan kennis, dat voor docenten vanzelfsprekend is, maar v voor studenten niet. Hoe je een probleem aanpakt bijvoorbeeld, wordt in sommige wetenschapsgebieden onbesproken gelaten. Dat leer je wel al doende, is het idee.
Ook wordt vaak van studenten een academische of wetenschappelijke attitude verwacht. Docenten hebben wel een gevoel wat ze daaronder verstaan, vooral als ze een student tegenkomen die een dergelijke attitude niet vertoont, maar het is vaak moeilijk om onder woorden te brengen wat er dan precies mist.
Op veel meer vlakken geldt dat je als docent vanzelfsprekendheden hebt, waarvan je verwacht dat studenten die wel zelf oppikken, of, in veel gevallen, waarvan je niet eens beseft dat je die vanzelfsprekendheden hebt.
Leveren bij jou bijvoorbeeld spel- en taalfouten minpunten op bij een verslag? Vind je dat studenten je mogen mailen met vragen, of moeten ze dat bewaren voor tijdens colleges of in een discussiegroep? Ga je er vanuit dat studenten weten wat plagiaat is? Ga je er vanuit dat nieuwe studenten weten hoe ze moeten studeren?
Het lastige is, dat je je studenten vaak voorstelt als mensen zoals jij, alleen dan zonder de kennis die jij aan ze over gaat brengen. Voor sommige studenten komt dat aardig uit, maar veel studenten vallen daarbuiten. Sommigen zijn via grote omwegen bij de universiteit gekomen. Ze hebben een enorme inzet, maar begrijpen niet wat wel en wat niet belangrijk is voor het tentamen. Misschien merk je bij jezelf dat je dat als ‘dom’ ziet.
Autistische studenten zijn bij uitstek vaak studenten die echt anders zijn dan de docent. Autistische hersenen werken anders. Wanneer je geen of weinig zicht hebt op wat autisme precies is, is het heel lastig om je in de schoenen te verplaatsen van iemand die autistisch is. Daarom proberen we in dit boek echt een gevoel te geven voor hoe dat is, autistisch zijn.
Voor autistische studenten is weinig vanzelfsprekend. Probeer daarom steeds te bedenken hoe de manier waarop je je vak inricht voldoende is voor een autistische student. Heeft die voldoende houvast aan wat je vertelt over het tentamen? Weet die van te voren hoe een bijeenkomst er uit zal zien, of wat daar gebeurt voor de student van belang is?
Het mooie is dat je op die manier ook andere studenten helpt die anders zijn dan jij, andere studenten voor wie jouw vanzelfsprekendheden niet vanzelfsprekend zijn.
Een ander probleem vormen formulieren. Formulieren zijn natuurlijk niet onderwijsgebonden, maar in de praktijk moet je ook in het onderwijs nogal eens formulieren invullen, ook bij het aanvragen van speciale voorzieningen bijvoorbeeld.
Formulieren zijn vaak bedreigend, als je autistisch bent. In de eerste plaats hangt er vaak veel van af, of je ze op de juiste manier invult. Zo›n speciale voorziening kan geweigerd worden omdat je iets op zo’n formulier anders hebt geïnterpreteerd dan het kennelijk bedoeld was.
Verder zijn de vragen of opdrachten om iets in te vullen, meestal geformuleerd vanuit het gezichtspunt van degene die de gegevens nodig heeft. Welke gegevens dat zijn, maar voor degene die een formulier invult is dat niet het geval. Wanneer je autistisch bent, is het meestal nog lastiger om te achterhalen wat de verwachtingen zijn van degenen die het formulier opstelde.
Het precieze brein en het letterlijk nemen vormen een groot obstakel bij het invullen van formulieren. De meeste formulieren blinken uit in onduidelijk taalgebruik. Dat zorgt er voor dat elke vraag of elke opdracht zeer zorgvuldig wordt gelezen. En dan slaat de twijfel toe: wat wordt er precies bedoeld?
Het zou een prachtig idee zijn om alle formulieren die gebruikt worden voor studenten, te laten controleren door iemand die autistisch is.
Sterke punten en hindernissen
| Sterke punten | Hindernissen |
| Zich precies houden aan expliciete verwachtingen | Impliciete verwachtingen niet aanvoelen Moeilijk om kunnen gaan met een gebrek aan expliciete verwachtingen |
Afsluiting

…
Geef een reactie